Voetbalicoon Ernie Brandts klapt uit de school

Het leven van voetbalicoon Ernie Brandts (64) kenmerkt zich door hoogte- en dieptepunten. Als PSV-speler droeg hij sterk bij aan het veroveren van nationale titels en de UEFA Cup. In het shirt van het Nederlands elftal kwam hij, in 1978, uit in de (net verloren) WK-finale tegen Argentinië. Na zijn carrière binnen de lijnen werd hij coach, onder meer assistent van Bobby Robson en Eric Gerets bij PSV. En NAC loodste hij, een unieke prestatie, naar de derde plaats in de eredivisie. Ondanks dat kreeg hij de zak. In Mannen Magazine een voorpublicatie uit de door auteur Louis Bovée geschreven biografie Nooit Natrappen. Waarom Wim van Hanegem zijn jeugdheld is gebleven, hoe Eric Gerets zijn vriendin probeerde te verleiden en hoe hij werd bestolen in Tanzania.

“In Nederland was Wim van Hanegem mijn jeugdheld. Onmiskenbaar,” meldt Ernie Brandts in zijn biografie Nooit Natrappen, een uitgave van Edicola uit Deventer. “Op mijn zesde zag ik, met mijn vader naast me, Willem voor het eerst in actie. Dat was tijdens De Graafschap – Feyenoord. Ik raakte buitengewoon onder de indruk. Hij kon erg goed voetballen, goed koppen, gaf ballen af met de linkervoet. Buitenkant voet – ook Cruijff deed dat perfect. Zodra hij de bal bezat, gebeurde er iets. Willem manifesteerde zich als een heel snelle denker en een heel snelle uitvoerder. Hij was niet pijlsnel, maar altijd op de plaats waar hij moest zijn. Strategisch inzicht in optima forma. In 1974 speelde ik voor het eerst tegen hem, met De Graafschap. Toen ik een paar kopduels van hem had gewonnen, noemde hij me kutventje’. En na het derde gewonnen kopduel gaf hij een elleboogstoot tegen mijn borst. Ik kon bijna geen adem meer halen. Van Hanegem, die ook best vaak scoorde, gedroeg zich in het veld als een beest. Daar ben ik eerlijk in. De gevechten met Ajacied Johan Neeskens op het middenveld staan nog steeds glashelder op mijn netvlies. Strijden op het scherpst van de snede. Meestal toonde Willem zich de sterkste en kwam De Nees na afloop half gehavend het veld af.

Op 20 mei 1978 zat ik bij het Nederlands elftal op de bank. Mijn eerste selectie voor Oranje. We waren in Wenen om vriendschappelijk te spelen tegen Oostenrijk: het laatste oefenpotje voor het WK. Willem stond in de basis. Ik keek naar zijn schoenen, daar zaten bijna geen noppen meer onder. Die waren zo goed als versleten. Aan de buitenkant zag ik een gat, het gevolg van het feit dat hij vrijwel altijd met de buitenkant van zijn schoenen zijn passes gaf. Op een gegeven moment moesten de noppen worden verwisseld, want door de hoosbuien was het veld spekglad geworden. Hij zou niet overeind zijn gebleven.

‘Kun jij nieuwe noppen aanbrengen, Ernie?’ vroeg hij. Uiteraard. Voor de grote Van Hanegem, die ik mateloos bewonderde, had ik nog wel zijn kicksen willen poetsen. De interland wonnen we met 0-1, door een goal van Arie Haan.

Tot op de dag van vandaag vind ik Willem een uiterst markante persoonlijkheid. Een unieke man die zegt wat hij denkt. Nooit saai. Af en toe slaat hij door, maar hij mag dat. Hoe hij in het leven staat, wekt bewondering. Hij lijkt het eeuwige leven te hebben. Lijkt, want niemand heeft het eeuwige leven. Ergens is dat ook goed. De betrekkelijkheid van alles zie ik al lang. Naarmate je ouder wordt, krijg je daar een scherper oog voor. Zelf heb ik (nog) geen moeite met het ouder worden. Ik voel me lichamelijk en geestelijk topfit. Ja, mede door mijn werk. Het omgaan met mensen van wie ik de opa zou kunnen zijn, houdt me jong. Ik weet me in jonkies van twintig te verplaatsen. Als me dat niet meer zou lukken, zou ik misschien een andere weg moeten inslaan. Maar om op Willem terug te komen: hij is leeftijdsloos. Ik hoop op mijn 76ste ook nog zo scherp te zijn.”

Tussen 1999 en 2002 was Ernie Brandts in Eindhoven assistent van hoofdcoach Eric Gerets. “In 2000 en 2001 veroverden we onder Gerets’ leiding de landstitel. In die jaren haalden we bovendien twee keer de kwartfinale van de Champions League. Het derde seizoen betekende een ommekeer van alle euforie. Door mindere resultaten begon het vertrouwen in Gerets in sneltreinvaart te slinken. Waterreus en Van Bommel wonden er in de media geen doekjes om. Ze vertelden het niet langer in hun baas te zien zitten. Voorzitter Harry van Raaij wist de muiterij de kop in te drukken.

De druk op Gerets had natuurlijk invloed op zijn relatie met mij. Hij wilde, koste wat kost, overleven. Jan Heintze vroeg eens of ik wist wat er allemaal in de groep speelde. Mijn reactie: ‘Nee, dat weet ik niet.’

Heintze zei: ‘Het gaat niet goed tussen Eric en het grootste deel van de groep. We zijn niet tevreden over de manier waarop hij ons benadert. Verandert het niet, dan trekken we aan de bel en wordt hij ontslagen.’

Tussen Gerets en mij speelde er ook iets. Dat hield verband met een vrouw en jaloezie van zijn kant. Na mijn scheiding kreeg ik een verhouding met een vrouw. Dat kon hij schijnbaar niet uitstaan, want Eric had een oogje op haar. Achter mijn rug om had hij haar telefoonnummer gevraagd. Dat vertelde ze me natuurlijk. Ik ontplofte en ging verhaal halen bij Gerets. Hij haalde zijn schouders op. Hij had iets van: ‘Ik kan me dat permitteren; ik ben jouw baas.’

Ik voelde me genaaid.

Sindsdien negeerde hij me. En ik hem. We zeiden alleen het hoognodige tegen elkaar.

‘Jullie praten niet meer met elkaar, dat valt iedereen op’, zei Jan Heintze, de oudste binnen de selectie.

Ik beaamde dat, maar ging er verder niet op in, met het gevolg dat iedereen begon te gissen. Na zes weken werd de situatie tussen Eric en mij onhoudbaar. Ik verdacht hem ervan bij voorzitter Harry van Raaij over mijn functioneren te hebben geklaagd. Dat ik mijn werk als assistent-trainer niet naar behoren deed. Want op een maandagochtend moest ik bij Van Raaij op kantoor komen. Hij viel met de deur in huis en meldde dat hij me zou ontslaan. ‘Advies van Eric’, zei hij. ‘We betalen je nog negen maanden. Tot het einde van het seizoen, want dan loopt je contract af.’

Ik sputterde niet tegen. Ik voelde me klote. Maar dat duurde niet lang. Ik was blij niet langer met Gerets te hoeven samenwerken. En een dag later maakte Erwin Koeman zijn opwachting als mijn opvolger.

Aan het einde van het seizoen 2001-2002 werd Gerets zélf ontslagen. Dat gebeurde na een oefentrip in China, waar overduidelijk bleek dat hij geen enkel vertrouwen meer genoot bij spelers en bestuur. Hij werd opgevolgd door Guus Hiddink.

De dag voor Kerstmis 2002 kreeg ik een telefoontje van Gerets. Ik liep met mijn dochter inkopen te doen. Tot mijn opperste verbazing vroeg hij of ik zijn assistent bij het Duitse FC Kaiserslautern wilde worden. ‘Want jij bent mijn beste assistent ooit’, zei hij.

Mijn oren klapperden

Mijn ontslag bij PSV leerde me dat ook op een voetbalwerkvloer politiek een belangrijke rol speelt, zelfs meestal een doorslaggevende rol. En dat je geen solidariteit hoeft te verwachten van je collega’s. Alleen Luc Nilis en Marc Degryse betuigden steun. In de voetballerij is het iedereen voor zich, zoals tegenwoordig eigenlijk overal in de maatschappij.

Jos Daerden vertelde me eens dat zijn vrouw en hij met Eric Gerets en zijn vrouw op vakantie gingen. ’s Ochtends om zes uur vertrok Eric naar zijn visstekje. Pas rond drie uur ’s middags keerde hij terug. Ze zagen hem de hele dag niet. Typisch Gerets. Met de wijsheid van nu was het Gerets indertijd niet zo gemakkelijk gelukt mij van zich weg te duwen en in de hoek te zetten. Ik zou meer voor mezelf zijn opgekomen.”

Tussen 2009 en medio 2013 beleefde Ernie drie buitenlandse voetbalavonturen: bij Rah Ahan uit Iran (juli 2009-12 december 2009), bij APR FC uit Rwanda (2010-2012) en tot slot bij Young Africans Dar es Salaan uit Tanzania (2012-2013).

“Tanzania vormde het decor van mijn derde, tot dusverre laatste buitenlandse avontuur. Young Africans luidde de naam van de club uit Dar es Salaan. Denkend aan Tanzania zie ik militairen met mitrailleurs op straat. Iedereen lijkt iedereen in de gaten te houden. Je was beperkt in je doen en laten, je hield de deuren dicht. ’s Avonds ging je niet alleen de straat op, want dat was vragen om problemen. Mensen probeerden je van de weg te rijden. We hebben doodsangsten uitgestaan.

De oorzaken van alle bedreigende situaties lagen natuurlijk voor de hand: het gigantische verschil tussen arm en rijk. In het stadion heerste een andere sfeer; die van saamhorigheid. Ze wilden Amy en mij aanraken, met ons op de foto.

Ik ben daar een keer bestolen. En behoorlijk ook. Mijn salaris ontving ik doorgaans cash. Dollars die ik vervolgens op mijn bankrekening stortte. Eén keer stelde ik het naar de bank gaan uit. Ik stopte het geld, vele duizenden dollars, in mijn schoen, met een sok eroverheen. Mijn werkster ontdekte het en heeft het meegepakt. Ik schrok enorm. En ik belde mijn toen in Nederland verblijvende vrouw op en zei: ‘Verdorie, het geld is weg. Wat moet ik doen? Aangifte?’Amy bleef rustig. Ze vroeg een dag bedenktijd om tot een besluit te komen. Uiteindelijk besloot ik niet naar de politie te stappen. Als we dat hadden gedaan, was onze werkster opgepakt en had ze, in het centrum van de stad, in het openbaar stokslagen gekregen. Of misschien erger: haar hand was afgehakt. Want vrouwen worden daar als zeer tweederangs beschouwd. Dat wilde ik niet op mijn geweten hebben. Enkele dagen later bleek onze poetsvrouw eveneens bij de buren te hebben gestolen: een fotocamera en een iPad. Ook de buurman toonde coulance. In de meeste Afrikaanse landen lopen aangiftes niet via de rechtbank. Je meldt wat er is gebeurd en de politie neemt zélf maatregelen. Voor ons ongelofelijk, maar het is echt zo.

Ontwikkelingshulp, leerde ik, kwam en komt meestal niet op de juiste bestemming. Inmiddels ben ik niet meer onnozel. Het geld verdwijnt vaak in de zakken van de regeringsleiders. Was nooit anders, is niet anders en zal, vrees ik, nooit veranderen. Ik denk dat de mensen meer zouden hebben aan het verstrekken van de anticonceptiepil en aan routes om goederen op de juiste plekken te brengen.

Op onze manier hebben wij steentjes proberen bij te dragen. Door uit Nederland eerste levensbehoeftes mee te nemen, zoals kleding, tandpasta, hygiënische middelen en voedsel, waaronder koekjes. In februari 2013 ontsloeg Young Africans me. Onbegrijpelijk. Maar zo gaat het daar. Mijn elftal stond in de competitie vier punten voor op nummer twee. Er kwam echter een nieuwe voorzitter en die bracht zijn eigen trainer mee. Die geldschieter wilde van mij af.

Wat ik van mijn bizarre avonturen in het werelddeel Afrika heb geleerd, is dat je je niet aan de Afrikaanse cultuur kunt aanpassen. Je zult nooit een van hen worden. Het enige wat ze van je willen, is je geld.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *