Glenn Helder: ‘Ik sliep in mijn auto’

Glenn Helder was een zeer talentvolle voetballer. Begenadigde, grillige linksbuiten en publiekslieveling die de achterhoede van de tegenpartij tot wanhoop wist te drijven. Door zijn privégedrag en geldsmijterij dreef hij ook zichzelf tot wanhoop. De miljoenen die Helder bij Arsenal en Benfica verdiende, verbraste hij en raakte diep in de schulden. Wonder boven wonder klauterde Glenn, inmiddels 51, uit het diepste dal. Hoe slaagde hij daarin?

Glenn Helder werd geboren en groeide op in Leiden. Op zijn achtste ‘kantelde’ zijn leven. Zijn moeder vertelde hem dat ze van zijn vader ging scheiden, omdat ze niet meer van hem hield. Alle grond zakte weg onder zijn voeten. De verwijdering bleek aanvankelijk niet definitief. Ze probeerden het enkele keren opnieuw, maar zonder resultaat. Zijn vader voedde hem verder op. Probleemloos verliep het niet, want Glenn zette zich voortdurend tegen hem af. Hij liet zich niet de wet voorschrijven, wat voor ongekende ruzies zorgde.

Hij erkent het ruiterlijk: zijn instabiele jeugd is bepalend geweest voor zijn turbulente leven. “Ik voelde me dikwijls eenzaam en tastte mijn grenzen af. Grenzen die ik vaak overschreed, tot ergernis van mijn vader én moeder die me op afstand in de gaten hield.”

Zijn loopbaan begon Helder bij de Leidse amateurclubs Oranje Groen en UVS. Vandaaruit belandde de snelle linksbuiten in de Ajax-jeugdopleiding waar hij het moest afleggen tegen de iets talentvollere Bryan Roy. Dat frustreerde hem een beetje, omdat hij inschatte dat Roy vanwege ‘zijn Amsterdamse karaktertrekken’ de voorkeur genoot. In 1989 tekende hij zijn eerste profcontract. Dat gebeurde bij Sparta. Na vier seizoenen zette hij zijn handtekening onder een verbintenis bij Vitesse waar hij een publiekslieveling werd. In 1995 debuteerde hij, onder de regie van bondscoach Guus Hiddink, in Oranje. Daarna volgden nog drie interlands. Erg weinig voor iemand van zijn kaliber. De oorzaak lag bij hemzelf. Zijn verhuizing van Vitesse naar het roemruchte Engelse Arsenal betekende het

begin van een heleboel ellende. Helder verdiende een bom duiten, vele miljoenen, maar gaf meer uit dan binnenkwam.

“Veel mensen denken,” liet Helder in het magazine Voetbal International optekenen, “dat ik al mijn geld heb vergokt. In werkelijkheid heb ik het meeste gewoon weggegeven. Ik kende daar geen enkele remming in. Als ik kleding ging kopen, kocht ik voor iedereen kleding. Vroeg iemand 500 gulden, dan gaf ik 500 gulden. Vroeg iemand 32 duizend, dan gaf ik 32 duizend. Anders wordt hij straks met zijn gezin uit huis gezet, dacht ik. Mijn eigen familie wilde niks van me aannemen, gek genoeg. Anderen hebben wel een hoop misbruik gemaakt van mijn gulheid. Maar ik ben degene die de fouten heeft gemaakt. Als je naar een ander wijst, wijzen altijd drie vingers naar jezelf. Geld is nooit mijn drijfveer geweest. Was het dat maar geweest, dan was ik het niet allemaal kwijtgeraakt. Door schade en schande ben ik wijzer geworden, ben ik anders over geld gaan denken. Ik had meer moeten waarderen wat ik had. Dat wil niet zeggen dat ik andere mensen niet had kunnen helpen, maar ik had kritischer kunnen zijn. Ik zou kunnen zeggen: ‘Hier, neem dit van me aan. Maar als het beter met je gaat, wil ik het wel weer terug’. Ik ben geen slecht mens geweest. Wel dom. Ik heb ook onzinnige aankopen gedaan. Een horloge van 32 duizend gulden. Wat moet je ermee? Geen idee waar dat ding gebleven is. Ergens op een roulettetafel misschien.”

Hij vervolgt: “Na mijn tijd bij Arsenal ging het snel bergafwaarts met me. Ik bouwde schulden op en liet die situatie lang sudderen. Vroeg niet om hulp, hield niet mijn handje op. Ik sliep in mijn auto. Uiteindelijk ben ik alles kwijtgeraakt. In 2015 werd ik failliet verklaard, maar dat was niet meer dan een officiële bevestiging van wat al heel lang aan de hand was: in zekere zin was ik mijn hele leven lang al failliet. Het enige wat mij nog kon redden, was acceptatie. Gewoon keihard met de billen op die fucking blaren zitten. Verantwoording afleggen voor alles wat ik verkeerd had gedaan en vandaar uit proberen weer iets op te bouwen. Dat is me gelukt. Natuurlijk schaamde ik me dat ik het verpest had; niet ten opzichte van mijn buurvrouw of mijn buurman, of van wie dan ook. Maar wel ten opzichte van mezelf. Iets heel moois heb ik helemaal zelf ontzettend verkloot. Met die schaamte heb ik leren leven. Ik heb er een teringzooi van gemaakt, maar ben ook weer opgeklommen uit de stront. Iets wat niemand meer van me had verwacht. Ik ben keihard gaan werken, voor mezelf en aan mezelf. In 2017 ben ik schuldenvrij verklaard. Dat is wel iets wat me echt trots maakt. Meer dan alles wat ik daarvoor had gedaan.”

In 2010 borg Helder zijn voetbalschoenen op. Amateurclubje DOTO uit Pernis gunde hem – na mislukte avonturen bij Benfica, NAC (twee keer), MTK uit Boedapest, RBC en TOP Oss – een laatste kans. Zonder succes. Hij was toen net 40. En had een veroordeling achter de rug wegens mishandeling van zijn voormalige vriendin en haar partner.

Aan invloedrijke vrienden dankte Glenn dat hij regelmatig uitnodigingen ontving voor televisieoptredens en hij kwam aan de bak als drummer, een passie van hem. Wat hem sierde en siert, is zijn openhartigheid. De vroegere aanvaller zegt wat hij denkt en geeft de blunders in zijn privéleven volmondig toe. In zijn zes jaar geleden verschenen biografie Van Arsenal naar de Bajes, geschreven door Bert Nederlof, windt hij nergens doekjes om en wenst zichzelf als hoofdschuldige aan van alle ellende. “Ik kreeg kans op kans om mijn leven weer op de rit te krijgen, maar verknalde het telkens,” zegt hij.

Het is mei 2020. Glenn Helder noemt zich een gelukkig mens. Hij geniet intens van zijn 2-jarig dochtertje Aivy Afra, voortgekomen uit zijn relatie met zijn huidige vrouw Jara. Uit een eerdere relatie werd zijn zoon Jilani geboren. Sympathieke Glenn leerde verraderlijke valkuilen te ontwijken. Hij is vaak genoeg onderuit gegaan. Nog steeds, constateert hij, raken voetbaltalenten uit balans door geldsmijterij. Volgens hem lopen de subtoppers het meeste gevaar. Ze verdienen geen megabedragen, maar willen meedoen met de Grote Vedetten en meten zich een levensstijl aan die vroeg of laat tot grote schulden leidt. Jonge spelers zouden veel beter begeleid moeten worden op financieel gebied. Maar de vraag is: Wie gaat dat oppakken? En vooral: van wie nemen die gasten wat aan? “Profvoetballers zijn eigenwijs, zie mijn verhaal. Adviezen sloeg ik in de wind,” vertelt hij ook tijdens lezingen. “Wat ik vooral meegeef, is dat eigenwaarde het allerbelangrijkste in het leven is. Die haal je niet uit geld, maar puur uit jezelf.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *